Estafette-interview: Mariëtte Pouw

Over mezelf:

In drie jaar tijd heb ik afscheid moeten nemen van mijn partner en van de vader van mijn kinderen. Twee heel belangrijke mannen in mijn leven die jong stierven, dat trof mij diep. Ik was emotioneel, lichamelijk en geestelijk volkomen opgebrand. Mijn kinderen hielden me op de been, zij hadden mij nodig. Ik was hun enige houvast geworden, met mij mocht niks gebeuren. Ik was er voor hen, maar tussendoor, in mijn eigen tijd van rouw, kon ik niet goed deelnemen aan het alledaagse leven. Ik deed een stap opzij en werd zodoende toeschouwer van het leven. Zo maakte ik kennis met een ander deel in mij dat ik nog niet kende: de stilte. Toen het later werd merkte ik dat ik rijker was geworden: ik kon deelnemen aan het leven en ik kon de stilte bewaren.

De stilte is mij nog steeds dierbaar. Ik ben veel in de natuur. Daar hoor ik goed wat mijn wensen zijn, daar komen de ideeën en inspiratie. Hoe diepgaand het proces van verlies ook is geweest, er bleek ook iets moois aan verbonden te zijn, namelijk een nieuw begin. Ik ben weer heel geworden en voel me rijk. En ik koester, elke dag opnieuw.

Over de ‘Levenspraktijk en Homeopathie’:

In de praktijk ontmoet ik mensen die moeten dealen met een breekpunt in hun leven, mensen die worstelen met het leven of met dood. Er zijn 2 manieren van hoe ik werk:

1. De medisch, therapeutische kant.
Daarin begeleid ik homeopathisch, dat sowieso, want het is een efficiënte geneeswijze. Meestal ook geef ik tips of (creatieve) opdrachtjes mee die helpen om dingen duidelijk te krijgen of meer grip op het leven te geven. De gesprekken voer ik op basis van cliëntgerichte psychotherapie, die gericht is op het proces van groei en ontwikkeling. Ik werk vanuit de basishouding empathie, echtheid en onvoorwaardelijke acceptatie. En dat voel je. Soms start ik een EMDR-traject, om blokkades te doorbreken, om verder te komen of dieper te genezen.

2. De creatief, helende kant.
Een ander deel van mijn werkzaamheden bestaat uit werken met klei. Die werkwijze gaat ervan uit dat werken met klei rustgevend is en het een positief effect heeft op het herstel tijdens moeilijke momenten die zich in het leven voordoen. We kleien in groepjes, dat is inspirerend en werkt verzachtend. Met mooie mensen, want ieder heeft zijn eigen verhaal. Met eten, drinken en lachen tussendoor. Een traan soms ook, alles mag, maar altijd is het een lichte middag. Een bezielde middag. Een middag aandachtig zijn met elkaar, maar ook met jezelf. Zelfs stilte kun je delen, dat blijkt telkens weer. Een potje kleien met elkaar en altijd met een koestering of muurlichtje naar huis. Je wens of herinnering gekoesterd, dat brengt deze workshop je.

Een casus:

Een vrouw die ik ontmoette trof mij. Ze sleepte zich door het leven. Letterlijk. Haar benen wilden niet makkelijk bewegen, die waren stram. Ze was duizelig, waardoor ze onvast liep. Nog voor ze zat en haar verhaal vertelde, was het loodzwaar geworden in de praktijk. Ze had een groot verlies geleden, dat was voor mij wel duidelijk.

‘Ik heb haar zelf gevonden. Ik voelde dat het niet goed was. Een moeder voelt dat. Ik ben in de auto gesprongen en direct naar haar toegereden. Ze nam haar telefoon niet op, ze opende de deur niet. Toen heb ik de politie gebeld en zij forceerden de deur: daar lag ze en ik kon niks meer voor haar doen. Ik was te laat.’

‘Mijn leven is gestopt toen die ochtend. Ik heb haar niet kunnen beschermen en niet kunnen redden. Ik heb gefaald als moeder. En nu ben ik mijn kind kwijt.’

Haar levenspijn treft mij diep. Net als haar immens verborgen verdriet en haar zelfverwijt. Ik benoem niks het eerste consult. Zij vertelt. Ik luister. Ik hoef nauwelijks een vraag te stellen, het rolt er achterelkaar uit. Ze vertelt het zonder een traan. ‘Het is ook al zo lang geleden’, zegt ze. ‘Ik heb er nog elke dag verdriet van, maar huilen doe ik nooit.’

Ik schrijf haar een aantal doses Sea Salt voor. De eerste twee weken hebben we geregeld contact via telefoon of Whatsapp. ‘Ik huil en blijf maar huilen en ik slaap ook zo veel. Het is lang geleden dat ik zoveel uren achterelkaar sliep.’

Onze volgende ontmoeting weet ik niet wat ik zie: Ze heeft zich een beetje opgemaakt en is naar de kapper geweest. Ze loopt makkelijker de trap op en ze is niet meer duizelig. Ze is geen waterval meer van woorden, maar praat rustiger en met meer aandachtig. Ze kiest haar woorden zorgvuldig als ze zegt: ‘Ik was te laat, maar misschien had ik het toch niet kunnen voorkomen.’

Ik denk aan haar toen ik vanmorgen een stuk las van Kahlil Gibran (Libanese dichter, filosoof en kunstenaar, 1883-1931):

Er moet één of ander vreemd geheim in zout verborgen liggen. Het is zowel in onze tranen als in onze zee.

Het zout van de zee uit Sea Salt bracht haar tranen en eindelijk is ze na al die jaren begonnen aan haar indrukwekkend en helend proces van rouw.

Daarnaast wil ik aandacht vragen voor een filmpje voor m’n praktijk, daarin vertel ik duidelijk waarvoor je terecht kunt bij mij.

Ik geef het stokje door aan Linde van Geel.